Column

Verschuif subsidies voor salariswagens naar belastingvrije som

Buig de subsidies voor salariswagens om in een hogere belastingvrije som op het loon. We krijgen milieuwinsten, de meeste werknemers krijgen extra cash, de activiteitsgraad stijgt, de kosten voor bedrijven verhogen niet en het mobiliteitsgedrag wijzigt ten goede.

Toen ik vorige week in het VRT-programma ‘De afspraak’ pleitte voor een aanpassing van het systeem van salariswagens en groene obligaties kreeg ik een golf van enthousiasme, woede en walging over me heen, maar niemand had me goed begrepen. Dat ligt meestal aan jezelf, dus probeer ik de grote lijnen voor de hervorming van de salariswagens nu beter uit te leggen. De groene obligaties komen de volgende keer aan de beurt.Schermvullende weergave

Vandaag subsidiëren we loon in de vorm van wagens. Sommige werknemers krijgen een extra loon in de vorm van een wagen en tankkaart. Die worden minder zwaar belast dan echt loon, zowel qua personenbelasting als sociale lasten. Dat noemen we salariswagens, maar een betere naam is wagensubsidies. De opbrengst van deze subsidie gaat naar bedrijven en sommige werknemers. De rechtstreekse kosten ervan bedragen 3,75 miljard euro per jaar aan gederfde inkomsten.

De onrechtstreekse kostprijs is volgens het Planbureau nog eens 950 miljoen aan verliezen voor de bestuurders, van wie sommigen liever iets anders willen, en de maatschappij (meer kilometers, uitstoot, ongelukken en files). Een deel van de werknemers die wagensubsidies ontvangen vinden het lastig dat ze niet kunnen kiezen hoe ze hun inkomen krijgen. Salariswagens zijn zo de ultieme vorm van betutteling. De overheid en de autolobby beslissen dat je voor een deel in auto’s wordt betaald, zelfs als je dat liever niet wil.Voor lagere verdieners worden de stijgende energiekosten meer dan gecompenseerd, waardoor het draagvlak voor een duurzame economie groter wordt.

Ik stel voor om de subsidies voor wagens over vier jaar te verschuiven naar een verhoging van de belastingvrije som op het loon. Bedrijven mogen hun werknemers nog steeds betalen in de vorm van een wagen, maar we gaan die niet meer subsidiëren. Het bedrag dat we overhouden, investeren we volledig in de verhoging van de belastingvrije som, waardoor elke werknemer netto meer overhoudt en minder kost voor het bedrijf. We geven het geld dus terug aan iedereen die belastingen betaalt. 3,75 miljard verdelen over 6.230.000 belastingplichtigen geeft ongeveer 600 euro extra nettoloon per persoon per jaar. Voor de meeste werknemers is dat extra cash inkomen.

Werknemers die nu met een gesubsidieerde wagen rijden, krijgen dan ook 600 euro extra per jaar, maar ze leveren in op het fiscale voordeel dat ze kregen op hun wagensubsidie. Hoeveel dat netto betekent, zal verschillen van geval tot geval. Laten we bij wijze van voorbeeld veronderstellen dat een werknemer 4.000 euro per jaar krijgt in de vorm van een wagensubsidie. Daarvan houdt hij na de hervorming ongeveer 1.900 euro over na belastingen en sociale lasten. Hij gaat dus van 4.000 euro in de vorm van een wagen, naar 2.500 euro (1.900+600) in nettoloon. Die 2.500 euro per jaar kan gebruikt worden om zelf een auto te kiezen, of de auto helemaal aan de kant te laten en met dat geld iets anders te doen. Dus je krijgt een lager bedrag, maar een volledig vrije keuze.De activiteitsgraad zal stijgen, en vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt, omdat werken nu plots heel wat meer opbrengt.Deel opTwitter

De totale loonkosten veranderen niet, want we hebben de subsidie alleen verschoven van wagens naar loon, niet verminderd. De inactiviteitsval wordt wel spectaculair kleiner, want voor lage verdieners wordt het verschil tussen werken en niet werken veel groter. De activiteitsgraad stijgt dus, en vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Dat geeft extra inkomsten in de sociale zekerheid, waarvan we de helft kunnen herinvesteren in een verdere daling van de loonlasten. De rest sparen we om de vergrijzing op te vangen. Zo kan het nettoloon verder stijgen zonder de kosten voor bedrijven te verhogen.

We krijgen ook milieuwinsten. Voor lagere verdieners worden de stijgende energiekosten meer dan gecompenseerd met het extra loon, waardoor het draagvlak voor een duurzame economie groter wordt. Er komen iets minder files, hoewel niet alle files zullen verdwijnen, en we krijgen minder uitstoot, vervuiling en geluidsoverlast. En we krijgen op termijn een ander mobiliteitsgedrag. Mensen zullen ervoor kiezen dichter bij hun werk te wonen om meer tijd en geld over te houden. Dat is uiteindelijk het grootste effect. Door wagens zwaar te subsidiëren, maken mensen inefficiënte keuzes over hun woon-werkgedrag, omdat ze te weinig rekening houden met de kosten van afstand voor henzelf en de maatschappij. Als we die inefficiëntie de wereld uit helpen, leidt dat uiteindelijk tot betere uitkomsten voor iedereen.