Te pas en te onpas wordt geschermd met de term ‘populisme’. Volgens de ene ligt populisme ten grondslag aan de brexit en de verkiezing van Donald Trump. Volgens de andere is het de voedingsbodem voor het fenomeen Emmanuel Macron en zijn beweging En Marche, de drijvende kracht van Podemos in Spanje en de Vijfsterrenbeweging in Italië. Een derde wijst naar populisme ter verklaring van de ultrarechtse onderstroom voor Viktor Orban in Hongarije, Marine Le Pen in Frankrijk en Rodrigo Duterte op de Filipijnen.Het populisme is een eeuwenoude polariserende politieke strategie die de maatschappij opdeelt in een corrupte elite en gewone mensen.
Populisme is een containerbegrip geworden waar iedereen zich naar eigen smaak van bedient, maar waarvan niemand begrijpt wat er eigenlijk mee wordt bedoeld. Daarom dit voorstel tot verheldering: populisme is links noch rechts, behoudsgezind noch vooruitstrevend, jong noch oud, goed noch slecht. Het is een eeuwenoude polariserende politieke strategie die de maatschappij opdeelt in een corrupte elite en gewone mensen. In de kern is het verhaal van elke populist hetzelfde: de corrupte elite is vervreemd van het volk en bedient zichzelf. Het volk daarentegen weerspiegelt de deugden eigen aan de volksaard en is dus van nature goed. Daarom verdedigt de populistische beweging de soevereiniteit van de volkswil tegen de corrupte elite. Dat is in essentie de claim van elke populist.
Daarom is populisme het omgekeerde van pluralisme. Pluralisme bekijkt een maatschappij niet als een simplistische strijd tussen het soevereine volk en de elite, maar gaat er integendeel van uit dat een samenleving vele lagen en groepen omvat die allemaal op een of andere manier een politieke vertegenwoordiging verdienen.
Populisme is ook het omgekeerde van een technocratie. Technocraten claimen dat zij nu eenmaal beter weten wat goed is voor het volk dan het volk zelf en dat zij daarom maar beter kunnen beslissen wat ten bate van het volk dient te gebeuren.Wij hebben wereldwijd wel erg veel beslissingsmacht overgedragen aan zogenaamde onafhankelijke technocratische organen. Dat ligt ten dele aan de economische wetenschappen.
Populisten aanvaarden daarom geen beperkingen van de volkssoevereiniteit. Een onafhankelijke centrale bank die de inflatie in toom houdt? Handelsregels die worden afgedwongen door de Wereldhandelsorganisatie? Een onafhankelijke administratie die het milieubeleid vastlegt? Onafhankelijke rechters die voorschrijven wie binnen mag in je land? Mensenrechtenorganisaties die eisen dat je niet langer drugshandelaars vermoordt zonder proces? Een parlement dat je begroting controleert en de overheidsschuld in de gaten houdt? De conventie van Genève? De rechtgeaarde populist laat zich enkel leiden door de gepercipieerde volkswil en heeft daar dus lak aan.
Daar ligt een van de redenen voor de opstoot van populisme. Wij hebben wereldwijd wel erg veel beslissingsmacht overgedragen aan zogenaamde onafhankelijke technocratische organen. Dat ligt ten dele aan de economische wetenschappen. Die schuiven dikwijls zo’n onafhankelijk orgaan naar voren als ideale oplossing voor een politiek-economisch probleem. Er zijn tonnen academische papers over de waarde van dergelijke onafhankelijke agentschappen voor een goed economisch beleid. Maar misschien zijn we daarbij de nadelen van die onafhankelijkheid uit het oog verloren.
Monetair beleid bijvoorbeeld is in essentie onafhankelijk omdat we de geldcreatie niet willen overlaten aan politieke leiders, verkozen of niet. We vrezen immers dat die de verleiding niet zullen kunnen weerstaan extra geld te creëren om overheidsuitgaven te financieren. Dat weten we sedert de Mississippi-luchtbel in het prerevolutionaire Frankrijk van de 18de eeuw. We hebben het in de jaren negentig in Europa gezien bij het uiteenvallen van Joegoslavië en recenter in het falende Zimbabwe van Mugabe. Centrale banken zijn onafhankelijk omdat we de handen van de politieke beslissingsnemers willen weghouden van de geldcreatie om hyperinflatie te vermijden.Populisten spelen voluit in op het gevoel van machteloosheid en controleverlies bij een deel van de bevolking en beloven de soevereiniteit van het volk te zullen herstellen om zo de macht te veroveren.
Maar is wat centrale banken doen wel altijd zo neutraal? Waarom is voor de ECB het bestrijden van inflatie belangrijker dan economische relance, terwijl dat toch impliciet de belangen van schuldeisers boven die van schuldenaren plaatst? Is het beleid van onze centrale bank dan niet gekleurd door de belangen van de elite die de statuten heeft geschreven en in die instelling aan de touwtjes trekt? Eenzelfde redenering kan je maken voor heel wat EU-regels, of voor al te verregaande handelsliberalisering. Ook bij vrijhandel zijn er winnaars en verliezers en ook daar worden de verliezers niet altijd gecompenseerd of zelfs maar gehoord.
Misschien zijn we door al onze technocratische ingrepen – hoewel die misschien gebeuren met de beste bedoelingen en globaal erg succesvol zijn gebleken – ook blind geworden voor de impact van die ingrepen op Jan Modaal. Dat wreekt zich nu omdat de populisten voluit inspelen op het gevoel van machteloosheid en controleverlies bij een deel van de bevolking en beloven de soevereiniteit van het volk te zullen herstellen om zo de macht te veroveren.
Opnieuw de juiste balans vinden tussen inspraak en onafhankelijkheid lijkt me daarom de grootste politiek-economische uitdaging van deze eeuw.