2016 was een bewogen jaar. Een roetsjbaan van aanslagen, van brexit en van Trump. Wat brengen 2017 en de nabije toekomst ons? We vroegen tien opiniemakers om in hun glazen bol te kijken Vandaag buigt Koen Schoors zich over het komende nieuwe economisch model. 2016 was het jaar van de angst. Angst voor terrorisme, angst voor migratie, angst voor de opwarming van de aarde, angst voor vergrijzing, angst voor werkloosheid door de oprukkende digitalisering, angst voor het uiteenvallen van Europa, angst voor de brexit, angst voor de sociaal-economische achteruitgang, angst voor de angst. We zijn bang de oude wereld te verliezen. Maar onder die donkere sluier van angst zagen we dit jaar ook duidelijk de kiemen van het systeem 3.0 dat in de volgende decennia tot volle wasdom zal komen.De totale onrust die we nu in het Midden-Oosten zien, is deels een symptoom van het begin van het einde van het olietijdperk.
De eerste kiem van dit nieuwe systeem is de definitieve doorbraak van de vergroening van onze energieproductie, industrie en mobiliteit. De beslissing op de VN-klimaatconferentie in Marrakech van november 2016 om de implementatie van het klimaatakkoord van Parijs te versnellen is een teken aan de wand. Door de kracht van overheidsstimulansen, competitieve innovatie en schaaleconomieën is de kostprijs van hernieuwbare energie zo spectaculair gedaald dat het stadium van gesubsidieerde productie zoetjesaan voorbij is.
De recente beslissing van de OPEC om de productie van ruwe olie te beperken en de coming-out van Donald Trump als een fan van steenkool en olie zijn achterhoedegevechten die het onvermijdelijke even uitstellen, maar uiteindelijk de vergroening alleen maar versnellen. De enkele jaren geleden voorspelde uitputting van de wereldvoorraad olie en de daaropvolgende maatschappelijke ineenstorting, de zogenaamde piekoliecrisis, komt er nooit.
De vergroening is onvermijdelijk, omdat ze economisch logisch is geworden. Moreel gemotiveerde acties gaven de eerste duw, maar nu ook de mobiliserende kracht van eigenbelang aan dezelfde kar trekt, gaat het pas echt vooruit met de vergroening.Moreel gemotiveerde acties gaven de eerste duw, maar nu ook de mobiliserende kracht van eigenbelang aan dezelfde kar trekt, gaat het pas echt vooruit met de vergroening.
Een van de vele voorbeelden is Tesla, dat zijn gigantische batterijfabriek in de woestijn van Nevada in 2017 definitief in gebruik neemt om in 2018 op volle toeren te draaien. De prijs van batterijkracht zal nog meer kelderen, wat de elektrificatie van onze mobiliteit een geweldige stroomstoot zal geven. Alle autoproducenten zullen volgen, op straffe van geleidelijke irrelevantie. Binnen tien jaar is de diesel grotendeels verdwenen. Binnen twintig jaar begrijpt niemand nog waarom we ooit met die inefficiënte, schokkerige, smerige en lawaaierige verbrandingsmotoren rond hebben gereden. Grote investeringen in nieuwe netwerken om deze elektrische mobiliteit draaiende te houden en de bijhorende werkgelegenheid zijn onderweg, al moeten de autoproducenten de netwerken hier of daar zelf aanleggen.
De productiesites voor hernieuwbare energie zijn breed verspreid over vrijwel alle landen (wind, zon, water, getijdenwerking, grondwarmte, restwarmte) en in die landen over heel wat leden van de maatschappij. Olie- en gasbronnen daarentegen zijn maar op bepaalde punten toegankelijk. Die punttoegankelijkheid van olie- en gasvoorraden heeft er helaas al te vaak toe geleid dat na de ontdekking van olie- of gasvoorraden de maatschappelijke focus verschoof van productie naar extractie.
Het politieke proces en de interactie tussen burgers ontaardde na de ontdekking van natuurlijke rijkdommen al te vaak in een genadeloos gevecht om de controle over die middelen, met veelal autocratie, burgeroorlog of zelfs anarchie en de daaruit volgende maatschappelijke stagnatie tot gevolg. Het was maar weinig landen gegeven aan deze vloek te ontsnappen.
De vergroening van de energieproductie zal dat radicaal veranderen. De totale onrust die we nu in het Midden-Oosten zien, is deels een symptoom van het begin van het einde van het olietijdperk en draagt na de onvermijdelijke overgangscrisis de belofte van nieuwe mogelijkheden in zich.
De tweede kiem is de definitieve doorbraak van de digitalisering en de robotisering. Dat soort technologische disruptie gaat aanvankelijk doorgaans gepaard met werkloosheid, sociale onrust en angst. We zien in eerste instantie immers vooral de banen die bedreigd worden. Maar de digitalisering zal ook de omschakeling van het wereldwijde economisch model van eigendom naar gebruik in een spectaculaire stroomversnelling brengen.Sommigen willen goederen hebben om ze te hebben, ieder zijn fetisj. Maar de meesten stellen goederen vooral op prijs om ze te kunnen gebruiken.
Sommigen willen goederen hebben om ze te hebben, ieder zijn fetisj. Maar de meesten stellen goederen vooral op prijs om ze te kunnen gebruiken. De waarde van het goed bestaat dus voornamelijk uit de diensten die dat goed ons levert. Je zou ons hele productie- en consumptiesysteem kunnen omgooien van eigendom van een goed naar het gebruik van een stroom diensten die dat goed je levert. Voor muziek zijn we al zover. Ik kocht cd’s, de generatie na mij kocht muziek op iTunes, en de jongste generatie koopt een stroom muziekdiensten van streamingsites zoals pionier Spotify.
Het komende decennium maakt dat dienstenmodel de overstap naar fysieke goederen. Je koopt geen auto, maar kilometers multimodale mobiliteit met toegang tot openbaar vervoer, fiets en auto; je koopt geen koelkast, maar uren koeling; je koopt geen wasmachine, maar uren wassen.
De enorme informatievoordelen die met de digitalisering gepaard gaan, maken het erg gemakkelijk om commerciële of coöperatieve deelplatformen te organiseren en het nieuwe gebruiksmodel uit te rollen in de hele maatschappij. Dat nieuwe model verandert alle economische stimulansen en verhoudingen. Omdat ook onderhoud en een garantie op snelle reparatie onder de langetermijncontracten met klanten vallen, krijgen producenten duidelijke stimulansen om duurzame producten te maken en wordt ons weggooimodel vervangen door een onderhouds- en herstelmodel.Dit nieuwe model zal het niet alleen halen omdat het duurzaam is, maar omdat het een beter businessmodel is voor burgers, bedrijven en de hele maatschappij.
Als er iets aan uw toestel mankeert, komt een lokale vakman u helpen. De onderdelen voor alle courante herstellingen en merken zijn digitaal beschikbaar en worden lokaal en op het juiste moment ge-3D-print. Een substantieel deel van uw maandelijkse betalingen gaat zo naar nuttige werkgelegenheid in deze lokale en circulaire onderhouds- en hersteleconomie.
Dit nieuwe model zal het niet alleen halen omdat het duurzaam is, maar omdat het een beter businessmodel is voor burgers, bedrijven en de hele maatschappij.