De technologie van de twee grootste reclamebedrijven ter wereld, Facebook en Google, is onze trage hersenen zoveel te snel af dat ze dreigen het einde te betekenen van de democratie.
Nog maar enkele jaren geleden koesterden velen de illusie dat de doorbraak van mobiel internet en de sociale media ook meer transparantie zou brengen en onvermijdelijk zou leiden tot meer democratie. Die illusie zijn we alweer armer.Het businessmodel om geld te verdienen met goede berichtgeving dreigt overspoeld te raken door een kakofonie aan verhalen die voor de lezer niets met elkaar te maken hebben.
Het onderliggende probleem is dat de digitalisering van informatie tot gevolg heeft dat de poortwachter van de informatie, de journalist en het medium waarvoor hij werkt, weggevaagd dreigt te worden. Op het internet vinden we via Google en Facebook informatie die door derden werd geproduceerd. Die informatie is daardoor breder beschikbaar, maar ze wordt door de nieuwe verspreiders niet op haar waarheidsgehalte gecontroleerd. Je kan werkelijk beweren wat je maar wil.
Een groot deel van de reclame-inkomsten verschuift van de traditionele media, die heel veel geld investeren in hun poortwachtersfunctie, naar de Googles en Facebooks van deze wereld, die daar totaal niet in geïnteresseerd zijn. Zij willen integendeel expliciet géén poortwachtersfunctie. Voor elke onlinereclame op hun platformen betaalt de adverteerder. Een website die veel clicks krijgt, ontvangt ook een deel van de koek. Of de verhalen waarheidsgetrouw, halfverzonnen of compleet van de pot gerukt zijn, doet er niet meer toe.
Het businessmodel om geld te verdienen met goede berichtgeving dreigt dus overspoeld te raken door een kakofonie aan verhalen die voor de lezer of kijker niets met elkaar te maken hebben. Meer dan 60 procent van de Amerikanen haalt zijn nieuws vooral van een online newsfeed. Meer dan de helft van de verhalen die werden gedeeld op Facebook in de drie maanden voor de Amerikaanse verkiezingen waren vals nieuws. Leugens dus.
Omdat de poortwachter steeds minder wordt vergoed voor zijn levensnoodzakelijke functie dreigt hij te verdwijnen. De verkoper van de meest groteske onzin heeft economisch gelijk, want die rijft de inkomsten binnen. Het gevolg is dat we meer verhalen en gegevens hebben dan ooit, maar nauwelijks nog informatie. Ondertussen ontslaan de poortwachters de mensen bij bosjes en daalt bij hen de capaciteit tot analyse. Of de verhalen waarheidsgetrouw, halfverzonnen of compleet van de pot gerukt zijn, doet er niet meer toe.
Bovendien sluiten de ons opgelepelde verhalen aan bij ons ‘profiel’. We komen daardoor niet meer in aanraking met een ander standpunt. Als gevolg worden we versterkt in onze overtuigingen en complottheorieën en hebben we steeds minder empathie voor het standpunt van de ander. Iedereen houdt ervan om te zien en te horen wat hij wil zien en wil horen, dus het verkoopt prachtig. Maar elke lesgever weet dat de wijsheid niet voortvloeit uit bevestiging van vooroordelen, maar uit confrontatie van standpunten. Du choc des idées jaillit la lumière.
De menselijke neiging om te zoeken naar bevestiging van onze mening wordt door de digitalisering uitvergroot tot kosmische proporties. Dat stille bombardement met eenzijdige informatie en de daaruit volgende polarisatie maakt het basismechanisme van elke democratie, het vinden van maatschappelijke consensus, steeds moeilijker. Democratische hervormingen worden moeilijk, zo niet onmogelijk, en stagnatie loert om de hoek.Het stille bombardement met eenzijdige informatie en de daaruit volgende polarisatie maakt het basismechanisme van elke democratie, het vinden van maatschappelijke consensus, steeds moeilijker.
Bovendien spelen tegenstanders van de westerse democratieën daarop in door bewust onzinverhalen te propageren. Het doel is niet het verspreiden van een leugen, maar eerder het ontkennen van het bestaan van de waarheid. Het bombardement met volstrekt tegenstrijdige verhalen doet veel ontmoedigde burgers terugvallen op een cynische positie waarbij alles gewoon een verhaal wordt dat de waarheid verhult. Ook daarom verdwijnt analyse uit het media-aanbod: ze geloven het toch niet meer.
In de autocratieën van deze wereld is de oplossing het onder controle brengen van de nieuwe digitale media. De overheid neemt de rol van poortwachter over van de vierde macht en kan zo totale controle uitoefenen over wat de bevolking te zien en te horen krijgt, zonder dat ze dat beseft. Zo ondergraven ze dankzij de digitale media het bestaan van een democratie.In veel industrieën zien we de poortwachter niet, maar hij is er wel. Het wordt bang afwachten wat er gebeurt als de digitalisering de poortwachter onderuithaalt.
In veel industrieën zien we de poortwachter niet, maar hij is er wel. Het wordt bang afwachten wat er gebeurt als de digitalisering de poortwachter onderuithaalt. Denk aan de banksector, de poortwachter voor de financiële gezondheid van de ontlener. Als we binnenkort ons geld niet meer massaal uitlenen via de poortwachtersfunctie van de bank, maar rechtstreeks via crowdfunding of het toekomstige peer-to-peer Facebook lending, krijgen we ongetwijfeld ook prachtige inzamelacties voor organisaties die naderhand dat vertrouwen blijken te beschamen. Het is disruptie in de meest fundamentele betekenis.