Column

Gaan we echt het Duitse model blijven volgen?

Duitsland wil dat iedereen in Europa zich meer als Duitsland gedraagt. De leiders van Nederland en Finland willen zich ook meer als Duitsland gedragen. Ook Vlaanderen telt talrijke fans van het Duitse rolmodel.

Als je even doorvraagt en het bovenste laagje vage ideeën wegkrabt, wordt snel duidelijk dat de Duitslandfans daarmee vooral bedoelen dat er wordt gematigd op het vlak van lonen zodat hun economie meer exporteert dan importeert. We willen een overschot op onze handelsbalans, want op een of andere manier is dat de maatstaf van succes geworden. En dat is totale onzin.De Amerikanen hadden begrepen dat als je veel wil exporteren naar je partner, je dan onvermijdelijk ook veel moet importeren van die partner. Alleen zo blijft het sprookje duren en kan iedereen rijker worden.

Als een groot land A streeft naar een overschot op de handelsbalans zal het niet anders kunnen dan de tekorten van land B, dat dus meer importeert dan exporteert, financieren. Schuld is de automatische tegenhanger van een onevenwicht op de handelsbalans.

Als land A dat handelsoverschot als een permanente doelstelling nastreeft, zal land B steeds meer schuld opstapelen. De uiteindelijke onvermijdelijke uitkomst is dat land B failliet gaat omdat het zijn schulden niet langer kan betalen en land A dus de schuldencrisis mag proberen op te lossen. Dat is een economische identiteit.

Een vlottende wisselkoers is een manier om dat probleem op te lossen. Omdat land A overschotten opstapelt ten opzichte van land B zal ook de munt van land A appreciëren ten opzichte van de munt van land B. Daardoor zal het handelsoverschot van land A dus langzaam dalen en uiteindelijk veranderen in een tekort, zodat het evenwicht wordt hersteld.

Dat mechanisme is echter niet mogelijk in een muntunie zoals de eurozone.De doelstelling van een handelsoverschot ten opzichte van partners in dezelfde muntunie is niet alleen onzinnig, maar ook ronduit gevaarlijk.

Daarom is de doelstelling van een handelsoverschot ten opzichte van partners in dezelfde muntunie niet alleen onzinnig, maar ronduit gevaarlijk. Tenzij de ECB alle handelstekorten permanent financiert, is de enige mogelijke uiteindelijke uitkomst van een dergelijk beleid een zware schuldencrisis tussen de leden van de muntunie, een ineenstorting van lonen en welvaart in land B, en onvermijdelijk ook twijfel over het voortbestaan van de muntunie zelf. Dit is waar we nu met de eurozone aanbeland zijn.

Beleidsmakers die het Duitse model preken, zijn daarom zonder meer een gevaar voor het systeem. Denk terug aan het economisch apparaat dat we installeerden na de Tweede Wereldoorlog. Er kwam een systeem met vaste wisselkoersen, het Bretton Woodssysteem. Daarbovenop kwam er met het IMF een agentschap om de onvermijdelijke betalingsbalanscrisissen ten gevolge van vaste wisselkoersen te beheersen.

En als sluitstuk kwam er een massaal Marshallplan en een golf van Amerikaanse investeringen in Europa. De Amerikanen hadden immers begrepen dat als je veel wil exporteren naar je partner, je dan onvermijdelijk ook veel moet importeren van die partner. Alleen zo blijft het sprookje duren en kan iedereen rijker worden. Gedurende bijna drie decennia zorgde dat systeem voor de snelste toename van economische welvaart in de geschiedenis.Wij moeten willen – zelfs wensen – dat de ander rijker wordt en ons beleid daar op richten, want alleen zo kunnen we ook zelf rijker worden.

Dat moeten we nu ook doen met de eurozone. We moeten niet zozeer proberen meer te exporteren naar de landen in moeilijkheden en die landen ertoe aanzetten ons daarin te imiteren, maar we moeten integendeel proberen net minder te exporteren naar en meer te importeren van de landen in moeilijkheden.

Dat kunnen we doen door investeringen in die landen massaal aan te moedigen, en daar de productie en de exportcapaciteit opnieuw op peil te brengen. En dat kunnen we ook doen door zelf meer te consumeren en minder te sparen, zowel burgers als overheid. En tot slot kunnen we dat ook doen door niet al te veel te beknibbelen op de koopkracht van werknemers van landen met een exportoverschot.

Wij moeten willen – zelfs wensen – dat de ander rijker wordt en ons beleid daar op richten, want alleen zo kunnen we ook zelf rijker worden. Het idee om te streven naar een eeuwig exportoverschot en zo rijk te worden ten koste van anderen is een intellectuele dode tak die helaas springlevend is in de ogen van onze beleidsmakers.

Als ze er allemaal op gaan zitten, breekt hij onvermijdelijk af en eindigt deze economische dwaling in tranen. Tijd om de dode tak van het mercantilisme bij het brandhout van de economische geschiedenis te gooien en iets anders te proberen.

Verder lezen en kijken

Bronnen en externe publicaties