De Belgische kernuitstap is een kerninstap geworden. De spreidstand tussen imago en realiteit wordt nu wel erg pijnlijk.
In een persbericht van 1 december 2015 lezen we dat de levensduur van Doel I en Doel II met tien jaar verlengd wordt. We lezen ook dat Engie – het engelachtig herdoopte GDF-Suez, tevens moeder van het Belgische Electrabel en hoofdaandeelhouder van de Belgische nucleaire centrales – 600 miljoen euro in Tihange 1 en 700 miljoen in Doel zal investeren. Het persbericht impliceert ook dat Engie verwacht aan de nucleaire verlenging een jaarlijkse nucleaire marge van minstens 291 miljoen euro over te houden. Uit eerlijke schaamte gaat daarvan jaarlijks 20 miljoen euro naar het energietransitiefonds.We kunnen de investering van 1,3 miljard euro in scheurtjesreactoren, symbolen van een voorbijgestreefde technologie, moeilijk als innovatie bestempelen.
Even uitrekenen op mijn bierviltje. Door de verlenging komt er op een termijn van 10 jaar na belastingen dus minstens 2,71 miljard euro extra binnen, maar als de elektriciteitsprijzen stijgen kan dit meer zijn. Daartegenover staan 1,3 miljard euro aan extra investeringen. Welke methode van investeringsanalyse je daar ook op los laat, het is een uitzonderlijk rendabele investering. De nucleaire kassa van Engie rinkelt, maar daar is op zich niets verkeerd mee.
Interessant is dat het heffingstarief op de nucleaire rente precies 34% is. De overheid gaat er blijkbaar van uit dat Engie haar goede gewoonte om nauwelijks vennootschapsbelasting te betalen zal verderzetten en heft nu alvast de vennootschapsbelasting op de nucleaire marge. Toch vroeg ik me even af of het, gezien alle risico’s en onzekerheden en de nood aan investeringen in hernieuwbare energie, wel verstandig was van Engie om zwaar in te zetten op nucleaire energie.
Dus ging ik op de webstek van Engie op zoek naar de strategie. Die luidt als volgt: ‘Om een leidend energiebedrijf te zijn in snel groeiende economieën en om een speerpunt van de energietransitie te zijn in Europa, streeft Engie naar het tot stand brengen van een maatschappij die op een meer gematigde manier energie verbruikt en minder afhankelijk is van nucleaire energie en fossiele brandstoffen. Het strategisch plan van de groep is gebouwd rond innovatie, investeringen, milieuverantwoordelijkheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid.’
De spreidstand tussen imago en realiteit wordt nu wel erg pijnlijk. Investeringen, ja die zijn er. Maar we kunnen de investering van 1,3 miljard euro in scheurtjesreactoren, symbolen van een voorbijgestreefde technologie, moeilijk als innovatie bestempelen. En de strategische doelstelling om minder afhankelijk te worden van nucleaire energie is al helemaal hilarisch.Laat ik een gratis advies formuleren om de lovenswaardige strategische doelstelling toch te realiseren: zie af van de verlenging van de nucleaire centrales en dus ook van de vette nucleaire marge en de dominantie op de Belgische energiemarkt die hier uit volgen.
Laat ik daarom een gratis advies formuleren om deze lovenswaardige strategische doelstelling toch te realiseren: zie af van de verlenging van de nucleaire centrales en dus ook van de vette nucleaire marge en de dominantie op de Belgische energiemarkt die hier uit volgen. De nucleaire verlenging zal namelijk niet alleen uw winst en de Belgische staatskas spekken, maar helaas ook de Belgische afhankelijkheid van nucleaire energie verhogen en de nu al laattijdige energietransitie verder vertragen. Investeringen van concurrenten in het opwekken van duurzame energie, energieopslag en slimme groene netwerken worden door de herlancering van nucleaire energie immers ontmoedigd.
Dit zal helaas niet gebeuren, aangezien het Belgische energiebeleid bepaald wordt door begrotingsdoelstellingen. Als second best stel ik daarom voor om niet alleen de 20 miljoen die jaarlijks in het energietransitiefonds belandt maar ook de vele honderden miljoenen euro’s die Engie zal betalen als bijdrage voor de nucleaire marge, volledig te investeren in de energietransitie. Zo zijn we binnen tien jaar wel klaar voor onvermijdelijke kernuitstap.
Het allergoedkoopste is de strategie van Engie te herschrijven: ‘Om een leidend energiebedrijf te kunnen worden in snel groeiende economieën wil Engie zo veel mogelijk winst maken in rijpe Europese markten, zelfs indien dit investeringen in verouderde, onveilige nucleaire centrales vereist. Zolang we onze reputatie oppoetsen met wat groene investeringen is er geen haan die er naar kraait.’