Column

Grakkoord

Grakkoord: voorstel tot akkoord met als doel de tegenpartij te vernietigen, of die het voorstel nu aanvaardt of niet. Ik kan u ten zeerste aanraden het grakkoord eens door te nemen. In vijf minuutjes hebt u het met gemak gelezen.

Het eerste wat opvalt, is dat het een erg politiek document is. Het komt er vooral op neer dat de Eurogroep zoals Pontius Pilatus de handen pontificaal in onschuld wast. De verantwoordelijkheid voor het verdere verloop van de onderhandelingen, het latere bereiken van een schuldherschikking, het halen van de absurde doelstellingen, dat wordt allemaal in het Griekse kamp gelegd. Het is vooral een document waarin de schuld voor een eventuele mislukking bij voorbaat wordt toegewezen aan Griekenland.

Dat Griekenland moet hervormen staat als een paal boven water. Toch valt ook de onhaalbaarheid van sommige doelstellingen op. 50 miljard euro uit privatiseringen op relatief korte termijn, waarvan de helft nodig is om de banken te herkapitaliseren? Gelooft er één lid van de Eurogroep werkelijk dat dat op korte termijn haalbaar is? Daarnaast vragen de schuldeisers van Griekenland een waslijst hervormingen die dikwijls in het land van de schuldeisers niet aanvaard zouden worden. Zo moet Griekenland bijvoorbeeld ’s zondags winkelen toelaten, de vrije vestiging van apotheken toelaten, collectieve arbeidsovereenkomsten afbouwen en de pensioenen drastisch hervormen. En dat in een paar dagen tijd.

Het lijkt erop dat een aantal landen, onder leiding van Duitsland, Finland en Nederland, aansturen op een grexit. Die landen hebben geprobeerd voorwaarden op te leggen die zo onzinnig zijn dat Griekenland ze niet kan aanvaarden. Andere landen, onder leiding van Frankrijk en Italië, willen tot elke prijs een grexit vermijden. Die zijn erin geslaagd het privatiseringsfonds voor de Griekse activa niet in Luxemburg, maar in Athene te plaatsen, het idee van een tijdelijke grexit uit het akkoord te houden en toch een voorwaardelijke belofte van schuldherschikking in het akkoord te smokkelen. Dat laat een minimale opening voor de Griekse regering om het akkoord te verdedigen.Geen enkel lid van de Eurogroep heeft het morele of het juridische recht een ander land uit de euro te duwen. Nu niet, later niet, nooit.

De voornaamste les is dat we een probleem tussen banken en een lidstaat van de eurozone niet mogen herleiden tot een probleem tussen overheden. De overheden hebben in twee ronden (in 2010 en 2012) de bijna volledige Griekse schuld van banken overgenomen. Dat heeft niet gewerkt. Laat ons kijken naar het voorbeeld van de andere grote muntunie, de Verenigde Staten. Als de staat Californië failliet is, dan verlenen de Amerikaanse overheid, de andere staten of het Internationaal Monetair Fonds geen krediet aan Californië, maar moet Californië zijn schulden heronderhandelen met de banken.

Dat is pijnlijk voor de burgers van Californië en pijnlijk voor de banken in kwestie, zoals het hoort. En als daardoor uiteindelijk banken verliezen slikken, dan moet je eventueel sommige banken herschikken, herkapitaliseren, nationaliseren of zelfs liquideren. Zo hadden we het moeten aanpakken! De Griekse maatschappij had dan zelf democratisch moeten uitmaken wat de banken moeten hervormen om hun deel van de kosten te dragen. Als de herschikking hier en daar had geleid tot een bankenprobleem, dan hadden we dat ook als dusdanig moeten aanpakken.Het mutualiseren van de Griekse schuld heeft niet alleen niet gewerkt, het heeft ook een duivelse politiek-mediatieke dynamiek op gang gebracht.

Het mutualiseren van de Griekse schuld heeft niet alleen niet gewerkt, het heeft ook een duivelse politiek-mediatieke dynamiek op gang gebracht. Premiers en ministers van Financiën zijn in sommige landen verkozen met de belofte dat Griekenland geen euro krediet of schuldkwijtschelding meer zou krijgen. Kiezers krijgen in de krant of op televisie suggestief voorgerekend hoeveel Griekenland hun kost per persoon, terwijl niemand krijgt voorgerekend hoeveel een grexit zou kosten (bij een grexit verliezen we 100 procent, want dan betaalt Griekenland niets terug). Die politici beginnen dus te focussen op hun beloften aan hun eigen kiezerspubliek, en dat is heel erg zichtbaar in het akkoord.

Tot slot moeten de ministers van Financiën van de Eurogroep ermee ophouden naar een grexit te verwijzen of zelfs een grexit te suggereren. Een land kan altijd zelf uit de euro stappen als het daar democratisch voor kiest. Maar geen enkel lid van de Eurogroep heeft het morele of het juridische recht een ander land uit de euro te duwen. Nu niet, later niet, nooit. Want alleen al die suggestie veroorzaakt een bankrun. Dat zagen we in Spanje en Portugal, daarna in Cyprus en nu dus in Griekenland.

Griekenland kreeg zogezegd 400 miljard euro, maar meer dan 150 miljard ging naar de mutualisering van de bankenschuld en nog eens meer dan 150 miljard ging naar het opvangen van de bankeninstabiliteit die we deels zelf organiseerden door de grexit-fluistercampagne. Dat is in het beste geval incompetentie of erger nog, kwade wil.