Een jaar na de verkiezingen is het nog steeds niet echt overvol geworden in de kijkkast met realisaties van de Zweedse coalitie. Bepaalde zaken vergen moed en zijn in de goede richting geschoven. Na een aarzelende start zou de taxshift de echte test moeten zijn.
Er werd beslist dat het moeilijker wordt om vervroegd op pensioen te gaan en dat we, ergens in een verre toekomst, langer zullen moeten werken. Dat is een goede zaak. Langer werken en vooral langere carrières zijn de eenvoudigste en vooral de eerlijkste manier om onze toenemende gezonde levensduur voor iedereen betaalbaar te houden. Ook de nieuwe regeling voor de liquidatiebonus biedt zelfstandigen uiteindelijk meer zekerheid over hun pensioen en is dus een goede zaak. Bij langetermijnverbintenissen zoals pensioenen zijn bedachtzaamheid en voorzichtigheid geboden.
Ondertussen heeft een commissie zich over de pensioenhervorming gebogen en ligt haar rapport spectaculair veel stof te verzamelen in een lade. Een echte bonus-malusregeling invoeren is beter dan de pensioenbonus gewoon af te schaffen, zoals de regering heeft gedaan. Laat mensen de vrijheid om een aantal jaren vroeger of later dan voorzien de stekker uit hun werkleven te trekken, want zij hebben de beste informatie over wat zij zelf nodig hebben. Maar koppel daaraan de verantwoordelijkheid dat de maandelijkse pensioenuitkering die ze ontvangen daalt per jaar dat er minder wordt gewerkt of stijgt per jaar dat er langer wordt gewerkt. Vrijheid kan niet zonder verantwoordelijkheid.
Over de indexsprong zijn al veel inkt, tranen en speeksel gevloeid. Maar door de erg lage inflatie is er eigenlijk nog maar nauwelijks een positief effect geweest. Aan de loonkostenhandicap met de ons omringende landen is door de indexsprong helemaal niets gewijzigd. Door de zoals verwacht erg lage inflatie heeft de index immers de spilwaarde nog niet overschreden en is er in de realiteit voor de meeste bedrijven en mensen eigenlijk niets veranderd. Behalve dan dat er behoorlijk veel sociaal conflict uit is voortgevloeid, zoals helaas velen hadden voorspeld.
De concurrentiekracht van de Europese bedrijven neemt wel toe door de zwakkere euro en dat mag grotendeels op het conto van de ECB worden geschreven. Ook onze concurrentiekracht ten opzichte van Duitsland neemt toe omdat de Duitse arbeidsmarkt haar werk doet. De vraag naar goede arbeid is daar hoger dan het aanbod en dat leidt, via sociale strijd, tot hogere lonen. Bijgevolg zijn onze bedrijven nu beter tegen de Duitse concurrentie opgewassen.Een taxshift met verhoging van de btw kan sociaal rechtvaardig zijn. De prijzen van arbeidsintensieve goederen zullen dalen. De prijs van importproducten zal wat stijgen.
De grootste uitdaging is de rechtse coalitie. De minderheid aan Vlaamse kant van de vorige regering en de minderheid aan Waalse kant van deze regering helen onze democratie. De nood aan een meerderheid aan beide kanten vergrendelde veel politieke dynamiek, maar deze grendel bestond alleen in de geesten en niet in de grondwet.
Nu we van die beperking af zijn, wordt het ook duidelijk dat de wet van het kleinste verschil volop zijn rol begint te spelen. Het is moeilijker voor de partijen van de coalitie om elkaar te laten scoren, omdat ze allemaal vissen in dezelfde vijver met centrumrechtse kiezers. Daarom moeten minimale verschillen in benadering onvermijdelijk uitvergroot worden. Al een geluk dat er nog een Franstalige kant bestaat die je af en toe iets kan gunnen of het kibbelkabinet zou helemaal een straatgevechtkabinet zijn.
Er is ook een embryonale taxshift geweest, maar daar wil ik niet al te veel woorden aan vuil maken. Het is goed dat hij er is, maar het is een beetje een waslijst geworden met allerhande kleine maatregeltjes en wat handig giswerk over bijvoorbeeld de inkomsten van de zogenaamde Kaaimantaks.
De taxshift van lasten op arbeid naar lasten op consumptie, milieubelastende producten en inkomsten uit vermogen die nu op tafel ligt, wordt daarom de toetssteen van deze regering. Verleggen we de richting van de rivier of rommelen we weer wat met de begroeiing op de oever? Laat ik in elk geval stellen dat een taxshift met verhoging van de btw sociaal rechtvaardig kan zijn. De prijzen van arbeidsintensieve goederen zullen dalen. Het gemiddelde schoonmaak-, horeca-, bakkerij- of bouwbedrijf betaalt meer sociale lasten aan de overheid dan btw. De taxshift doet dus hun kosten dalen en via de concurrentie ook hun prijs. De prijs van importproducten zal wat stijgen, maar vooral de winstmarges van buitenlandse bedrijven zullen dalen. Bovendien kan men de basisgoederen ontzien en vooral luxegoederen iets zwaarder belasten. Zo kan een shift van lasten op arbeid naar consumptie ook sociaal rechtvaardig zijn.