Nog voor we erin slagen de laatste restanten van de bankencrisis eindelijk van ons af te schudden, zijn we de voornaamste lessen – zo die al werden getrokken – al weer vergeten.
Niet dat er niets veranderd zou zijn. De bank- en de financiële sector werden overspoeld door een tsunami van nieuwe regels, beperkingen en belastingen. Banken moeten nu voldoen aan strengere kapitaalregels en nieuwe liquiditeitsregels en er zijn een pak belastingen en administratieve verplichtingen bijgekomen. Het toezicht op de grote banken werd grotendeels verschoven naar Europees niveau. Er kwam een nieuw Europees kader dat voorschrijft om bij een toekomstige bankfaling vooral de aandeelhouders, de schuldeisers en de banksector zelf aan te spreken, vooraleer een beroep te doen op de belastingbetaler. De ECB speelde ten slotte volop haar rol om de banksector overeind te houden in woelige tijden, en onderwierp de banken voor het eerst aan een stresstest waar de meeste banken behoorlijk zenuwachtig voor waren.De banksector is een van de weinige domeinen waar de notionele intrestaftrek heeft gewerkt zoals hij was bedoeld.
Heeft dat alles de financiële sector veiliger gemaakt? Zeker is dat niet, omdat aan enkele onderliggende problemen weinig is veranderd. Het eerste kernprobleem is dat de belangenconflicten overal nog altijd welig tieren. Die vormden de achtergrond van de dotcombubbel aan het begin van deze eeuw, de financiële crash van 2008 en de eurocrisis van 2012. Helaas is hier weinig veranderd. Nog steeds dragen de meeste bankiers in het financiële hart van de wereld meerdere petjes en zijn ze dus in vele gevallen zowel rechter als partij.
Een hoop moeilijke woorden als ring-fencing of Dodd-Frank Act ten spijt, hebben de overheden het uiteindelijk niet aangedurfd echt af te rekenen met belangenconflicten en enkele zaken duidelijk van elkaar af te splitsen. Het valt te voorspellen dat die belangenconflicten een rol zullen spelen in de volgende crisis, al weten we nu nog niet welk belangenconflict precies. Ik gok op een of andere financiële innovatie die de banken in deze tijden van zeer lage interesten en lage rendementen op eigen vermogen toch nog enig rendement kan bezorgen.De nieuwe en soms erg complexe regels bezorgen vooral de kleinere banken een administratieve overlast en zijn een financiële aderlating.
Het tweede kernprobleem was de toenemende dominantie van enkele erg grote spelers, die zich daardoor verzekerd weten van impliciete bescherming. Gelukkig moeten de echt grote spelers voldoen aan extra eisen, bijvoorbeeld qua kapitaal, en zijn ze onderworpen aan strenger toezicht. Bovendien bepalen de nieuwe Europese regels dat ook de aandeelhouders van grote banken bij een faillissement niet meer gered zullen worden. Goed om de aandacht ook bij grote banken weer helemaal op risicobeheersing te vestigen.
Maar de nieuwe en soms erg complexe regels bezorgen vooral de kleinere banken een administratieve overlast en zijn een financiële aderlating. Uit een misplaatst gevoel van revanche verwarren we soms de gestrengheid van de nieuwe bankenregulering met de pijn die we banken kunnen doen door een waterval van specifieke vereisten, beperkingen en belastingen. Zes jaar na de crisis is het gevolg echter toenemende druk op de kleine banken, die verzuipen in de nieuwe kafkaiaanse regel- en belastingdrift. Het resultaat is het omgekeerde van wat we beoogden: een minder diverse banksector met minder en grotere spelers.Voor mij mag een deel van de nieuwe regulering de prullenmand in, op voorwaarde dat de kapitalisatie van de individuele banken drastisch genoeg wordt verhoogd tot een echt gezond niveau.
Een mooi voorbeeld is de beperking van de notionele intrestaftrek voor banken die de regering naar voren schuift. Voor mij mag een deel van de nieuwe regulering de prullenmand in, op voorwaarde dat de kapitalisatie van de individuele banken drastisch genoeg wordt verhoogd tot een echt gezond niveau. Vandaag is de reële ruwe kapitalisatie van de Europese banksector immers niet veel hoger dan 4 procent van de activa, en dan zwijg ik nog over de buitenbalansactiviteiten.
Laat de notionele intrestaftrek nu net een instrument zijn dat de banken stimuleert om hun kapitaalbuffers op te trekken. Onderzoek aan de Universiteit Gent toont het onmiskenbaar aan: de notionele intrestaftrek heeft de kapitaalbuffers van de Belgische banken in vergelijking met die in het nabije buitenland verhoogd in de aanloop naar de financiële crisis van 2008, en ons dus voor erger behoed. De banksector is een van de weinige domeinen waar de notionele intrestaftrek heeft gewerkt zoals hij was bedoeld. De regeringsmaatregel illustreert hoe snel ons begrip van de crisis achteruitschrijdt. Het onbedoelde effect valt makkelijk te voorspellen.