Column

De angel en de Arco-wonde

De staatswaarborg die de Belgische overheid tijdens de financiële crisis verschafte aan de Arco-coöperanten stond altijd al op losse schroeven, maar na de Europese afwijzing zweeft ze ergens in het juridische ijle.

Eigenlijk bestaat de waarborg niet meer. Er rest alleen een regeringsbelofte waarvan de rechtsgeldigheid door Europa, de hoogste autoriteit in deze, wordt verworpen. De overheid zet in op een Europese juridische procedure, maar het ziet ernaar uit dat daar slechts tijd mee valt te winnen. Veel tijd misschien, maar ook niet meer dan dat.

CD&V heeft steeds volmondig verdedigd dat de overheid de coöperanten moet vergoeden. De N-VA heeft er consequent voor gepleit dat de redding van de coöperanten in eerste instantie betaald moet worden door het ACW, ondertussen verveld tot het voorlopig nog onbevlekte ‘Beweging.net’. Het Arco-dossier is een van de grootste politieke splijtzwammen tussen CD&V en de N-VA.

CD&V doet dit uit oprechte zorg voor het financieel zwaar getroffen en dikwijls christelijk geïnspireerde middenveld, maar ook omdat voormalig premier Yves Leterme met die overheidswaarborg Arco wist te overtuigen extra geld in Dexia te pompen ten tijde van de eerste Dexia-crisis in 2008. Nu het geld weg is, blijkt de overheidswaarborg echter niet valide te zijn. Dat is een gevaarlijk hellend vlak. Onzekere overheidswaarborgen bedreigen de financiële stabiliteit, zoals de recente Griekse en Cypriotische geschiedenis met verve illustreren. De verstandhouding tussen CD&V en de N-VA, de enige die tijdens deze moeizame regeringsonderhandeling vrij vlot tot stand leek te komen, staat onder hoogspanning. Die veroorzaakt een bijkomende politiek-economische donderwolk boven de aftastende formatiegesprekken.

Juridisch is de zaak vrij eenvoudig en uitzonderlijk complex tegelijk. Een overheidswaarborg is verboden staatssteun of ze is dat niet. De jarenlange juridische procedure om dat uit te maken loopt nu langzaam ten einde. Indien, en daar begint het toch op te lijken, de originele waarborg op een finaal Europees njet stuit, zijn er onrustbarend weinig alternatieven. Minister van Financiën Koen Geens zegt aan een plan B te werken en aan een hele reeks verdere plannen in alfabetische volgorde van toenemende wanhoop.

Het is echter moeilijk te begrijpen hoe al die plannen niet evenzeer hetzij de Europese regels overtreden, hetzij een precedent scheppen dat ook andere aandeelhouders in staat zou stellen een compensatie te eisen van de overheid. Noch het ene, noch het andere lijkt aantrekkelijk. Toch wil ik, gezien de flexibiliteit van de wet en de etherische juridische constructies waartoe de betere bedrijfsjuristen in staat zijn, zeker niet uitsluiten dat toch nog een juridische deus ex machina uit de kast wordt gehaald. Een schoonheidsprijs zal die alvast niet krijgen.

In ieder geval dient een voorzichtige overheid zich voor te bereiden op de mogelijkheid dat de garantie juridisch gesproken niet meer bestaat. De zwartste regeringsnachtmerrie is dat een groot aantal organisaties en individuen, dikwijls gerelateerd aan het nieuwe Beweging.net, hun rekeningen weghalen bij de staatsbank Belfius. Omdat ze boos zijn dat het Gemeentekrediet en Dexia, de illustere voorgangers van Belfius, hun die Arcoaandelen ten onrechte als een goed huisvaderaandeel hebben verpatst.

Onmogelijk is het niet, want negatieve wederkerigheid is altijd al een van de sterkste drijfveren van menselijk gedrag geweest. Vandaar dat het idee naar voren wordt geschoven dat Belfius de coöperanten op een of andere manier moet compenseren. Zo wordt de stabiliteit van de staatsbank verhoogd, krijgt de Arcocoöperant een, allicht gedeeltelijke, compensatie voor zijn verlies, en voelt de belastingbetaler het niet onmiddellijk in zijn portemonnee. Toch blijft het dansen op de slappe koord tussen staatssteun en een ongewenst precedent.

De andere en moeilijkste optie is dat we de coöperanten uitleggen wat de meesten al lang beseffen: er is geen juridische basis en al zeker geen geld om de beloofde overheidsgarantie effectief te betalen. Voor veel organisaties een erg pijnlijke en moeilijk te verteren slag, maar het zou niet het einde van het middenveld betekenen. De betrokken organisaties hebben nu ook geen beschikking over het betrokken geld en weten desondanks al meer dan vijf jaar de naweeën van de financiële crisis te overleven.

Om al die redenen lijkt het dan ook te verwachten en zelfs te hopen dat een kanjer van een compromis in het verschiet ligt, waarbij de coöperanten slechts een deel van hun geld terugkrijgen en de staat daar niet rechtstreeks voor op draait. Zo halen we de angel uit de etterende Arco-wonde.