Column

Economische sudoku

Ik ben deze week in Japan om er als gastprofessor te doceren aan de universiteit van Kobe. Het is mijn eerste keer in Japan en het is eens iets anders. Sinds het Japanse banksysteem begin van de jaren 90 met een geweldige knal tegen het canvas smakte, is het land van het ene probleem naar de ander natuurramp gesukkeld, werd het geteisterd door een dodelijke aardbeving in Kobe, en enkele tsunami’s met onder meer de kernramp in Fukushima tot gevolg. Daarbovenop kwam 15 jaar deflatie die de schuld naar een bijna ondraaglijk peil liet stijgen en de nu al acute financiële nood ten gevolge van de vergrijzing. Ik verwachtte dus een enigszins gedeprimeerd land.

Maar dat is niet wat ik aantrof. De eerste indruk die Japan op me maakt, is die van een land dat nog redelijk werkt. De treinen rijden met een onwaarschijnlijke regelmaat waarop je je klok gelijk kan stellen. Ze stoppen precies op de plaats waar rijen mensen te wachten staan voor de deur. Mensen zijn rustig en uitzonderlijk vriendelijk. Het lijkt op straat erg veilig en proper. De taxichauffeurs die ik zie voorbijrijden lijken allemaal iets oudere Japanners te zijn in plaats van economische migranten zoals in veel andere rijke steden. Ze rijden in een bedaard tempo hun passagiers naar hun bestemming. Overal overleven kleine gezellige winkels en restaurantjes naast grote winkelcomplexen, die meestal onder de grond met elkaar, met hotels en met het openbaar vervoer verbonden zijn. Opvallend zijn vooral de vele Japanners met een wit mondkapje op, om zich te beschermen tegen de dikke laag smog die, als de wind slecht zit, uit het nabije China overgewaaid komt. Veel van de eigen productie is dan wel naar China verhuisd, maar de bijbehorende vervuiling is eerder toe- dan afgenomen door de lakse Chinese milieuregels.

Twintig jaar economische rampspoed met politieke instabiliteit, dalende prijzen, een stagnerende economie en een occasionele natuurramp, en toch geen greintje onrust te bespeuren. Ik kijk er even de statistieken op na en stel vast dat de werkloosheid in Japan nog steeds laag is, maar dat tegelijkertijd de armoede sterk gestegen is. Her en der op rivieroevers en in overstromingsgebieden staan blauwe tenten, waar de daklozen wonen. Tezelfdertijd is de levensverwachting zo ongeveer de hoogste van de wereld. De rente is al jarenlang minder dan 1 procent, maar toch lijkt dat niet te leiden tot meer investeringen of economische groei. Dat komt omdat de Japanners maar niet aan het consumeren slaan, maar integendeel blijven sparen. Een beetje zoals de Belgen, zo lijkt het wel.

De overheidsschuld is, uitgedrukt in procent van het bruto binnenlands product (bbp), groter dan die van Griekenland en Cyprus en zelfs meer dan dubbel zo hoog als die van België. Daar lijkt al jaren geen haan naar te kraaien, zolang de Japanners dat maar zelf bij elkaar sparen. De economie groeit wel een beetje, zeker in vergelijking met de rest van de ontwikkelde wereld. Maar dat is niet moeilijk als de overheid jarenlang waanzinnige begrotingstekorten van ongeveer 10 procent van het bbp opstapelt. Toch blijft de wisselkoers van de yen relatief sterk. Dat is zelfs een probleem voor de Japanse export, die nog steeds een erg belangrijke pijler van de economie is.

Japan is een regelrecht economisch mysterie. Er valt echt geen touw aan vast te knopen. Ik kan wel vijf theoretische verklaringen bedenken die een deel van deze feiten kan verklaren, maar dan weer totaal in tegenstelling zijn met een ander deel van de feiten. Er is maar één verklaring die echt álles lijkt te verklaren. De enige steekhoudende theorie is dat we het onvermijdelijke gevolg observeren van de dramatische vergrijzing van de Japanse samenleving in combinatie met de Japanse weigerachtigheid tegenover arbeidsmigratie: Weinig private investeringen en consumptie, maar toch een erg lage werkloosheid. Weinig nieuwe economische initiatieven en innovatie. Toenemende sociale uitgaven, overheidstekorten en overheidsschuld die door de bevolking zelf bijeen gespaard worden. Lage inflatie of zelfs deflatie die de jongste vier jaar nog driemaal toesloeg, waardoor de aankopen nog langer worden uitgesteld. Als de theorie klopt, is Japan misschien een soort economisch model van wat ons door de wereldwijde vergrijzing allemaal te wachten staat. Een rustig verder kabbelende economie die zwaar in de schulden zit. Niet echt een ramp, maar verre van opbeurend en met een onbekende afloop. Liever vroeg aanpakken dus, die vergrijzing.