De banken denken beter twee keer na vooraleer ze al te hard gaan snijden in hun netwerk.
Waar moet het met de banken naartoe? Ze maken zich, zoals het elk bedrijf betaamt, in eerste instantie vooral zorgen over hun winstgevendheid. Die kan je verhogen door de inkomsten meer te laten stijgen dan de kosten.
Die inkomsten komen van intermediatie, commissielonen en financiële transacties. De financiële transacties worden sterk aan banden gelegd, dus daar lijkt het niet van te zullen komen. Commissielonen verdienen de banken door producten van derden te verkopen – zoals verzekeringen of beleggingsfondsen – of advies te geven, bijvoorbeeld aan bedrijven voor een fusie, een obligatie-uitgifte of een management- buy-out. Maar de activiteit is niet echt overweldigend én het leeuwendeel van de inkomsten gaat naar de grote haaien.
Blijft dus vooral intermediatie als mogelijke inkomstenbron. Het komt erop neer geld uit te lenen tegen een hogere rente dan je moet betalen op het geld dat je ontleent van anderen. De ECB geeft de banken bijna gratis geld en drukt de rente op spaargeld naar historisch lage niveaus die met moeite boven de inflatie uitkomen.
Die vorm van financiële repressie komt neer op een impliciete inflatiebelasting. Omdat de rente op geleend geld laag blijft, kunnen banken dus geld verdienen door een redelijke rente aan te rekenen op leningen aan gezinnen, bedrijven en overheden. Maar dat valt dan weer tegen.
Op veilige overheidsobligaties valt er niet veel te verdienen de jongste tijd. Op kredieten aan de economie wel iets, maar er zijn weinig goede projecten tijdens een recessie en daarenboven schuwen de banken elk risico, om het koste wat het kost nieuwe problemen te vermijden. Ook de nieuwe kapitaal- en liquiditeitsregels maken het tijdelijk lastiger om hier geld te verdienen.
De inkomsten verhogen op de oude manier is dus niet vanzelfsprekend. Daarom denken de meeste banken aan kostenbesparingen om de winst op te krikken, maar ook dat is geen sinecure. Aangezien de meeste banken het lastig hebben om uit hun schatkamer met data de informatie te puren die ze nodig hebben voor hun operaties, moeten ze zwaar investeren in informatica. En dus denken heel wat banken er aan te snijden in het kantorennetwerk en het personeel.
Het doel is de kosten van personeel en kantoor zo veel mogelijk te vervangen door een direct bankkanaal, waar de klant zelf het werk doet. Maar ook dat is niet zonder risico. Een van de lessen van de crisis van 2008-2009 is net dat de West-Europese gezinnen niet massaal hun geld zijn gaan afhalen van de bank, terwijl er in de Verenigde Staten wel een echte run was op de money market mutual funds, de hoogrentende schaduwbankvariant van een lopende rekening.
Het verschil tussen een lopende rekening bij een bank en een money market mutual fund bestaat vooral in de persoonlijke contacten met het personeel en de fysieke aanwezigheid in de vorm van bakstenen. Mensen en bakstenen maken het spaargeld stroperig, minder liquide. Ze verlagen daarom de financieringskosten van de bank en verhogen haar stabiliteit.
De banken denken dus maar beter twee keer na vooraleer ze al te hard gaan snijden in hun netwerk. Bij de volgende crisis zal er immers geen algemene bail-out, maar een bail-in zijn, wat de stroperigheid van het spaargeld extra belangrijk maakt.
De eerlijkste manier voor de bank om haar winstverwachtingen te halen, is ze te verlagen. Een rendement op eigen vermogen van 27 procent, zoals een Belgische bank op een gegeven moment nastreefde, is absurd en enkel haalbaar door het nemen van onverantwoorde risico’s. Als we streven naar veiliger en beter gekapitaliseerde banken, moeten we aanvaarden dat dat veiliger rendement gemiddeld niet meer dan 8 procent is.
Als een bank plots uitpakt met een rendement van meer dan 15 procent, moet de risicoalarmbel afgaan. Want excessief risico zal volgens de nieuwe bankregels niet meer betaald worden door de belastingbetaler, maar door de aandeelhouder, de schuldeiser en zelfs de erg grote spaarder. Hopelijk zal dat de aandacht van alle betrokkenen richten op veiligheid boven rendement.
Elke bank moet ook investeren in productinnovaties die niet gericht zijn op het ontwijken van de regels maar op een betere dienstverlening aan haar klanten en bijgevolg hogere inkomsten. Niet toeteren dat je een vertrouwenspersoon bent, maar het echt worden. Bedrijven echt bijstaan bij hun investeringen en expansie. En vooral je eigen ding doen in plaats van de andere banken na te apen. Want zolang banken met elkaar verbonden zijn in een netwerk, betekent een meer divers banklandschap ook een meer stabiel banklandschap.