Arbeidsintensieve industriële bedrijven zoals Caterpillar hebben meer aan lagere sociale lasten dan aan de hele notionele intrestaftrek. Kunnen we eindelijk eens de lasten verschuiven weg van arbeid? En de automatische indexering, die dief van de tewerkstelling, aanpassen?
Het ging al een tijdje niet goed met Caterpillar. Nu worden 1.400 banen geschrapt. Alweer een harde klap voor de Belgische economie. En de hakbijl valt nog maar eens in de regio van Charleroi. Er zijn drie oorzaken voor dit debacle. De lamentabele economische toestand, de torenhoge sociale lasten die we in België betalen, en het perverse mechanisme van de loonindexering dat de lonen net verhoogt op het verkeerde moment.
Caterpillar maakt graafmachines. Door de wereldwijde crisis wordt er een pak minder gegraven. Overheden investeren, geheel ten onrechte overigens, minder in openbare werken. De woningbouw is in een aantal landen van Europa helemaal stilgevallen door de pijn van de bankencrisis die nog steeds nazindert. Bedrijven investeren maar mondjesmaat omdat ze vrezen voor de toekomst. Banken zijn niet meer happig om grote bouwprojecten te financieren.
Tel dat allemaal op en je krijgt een drastische daling van de vraag naar de graafmachines van Caterpillar. Omdat die lagere vraag al een tijdje aanhoudt, sneuvelen uiteindelijk banen, want technische werkloosheid biedt geen soelaas voor een structureel probleem. Aan die lagere vraag naar graafmachines valt helaas niets te doen en een deel van het banenverlies is dus onvermijdelijk. Al zouden overheden er natuurlijk beter aan doen hun consumptie terug te schroeven in plaats van hun investeringen.
Maar dat is niet de hele waarheid. Caterpillar meldt dat het goedkoper is geworden om bepaalde machines in een andere fabriek en in een ander land te produceren dan in het Belgische Gosselies. Dat is niet omdat de loonkosten in die andere concurrerende landen drastisch zijn gedaald, maar wel omdat de loonkosten voor onze bedrijven de jongste vijf jaar duidelijk zijn gestegen. Daar kunnen we wél iets aan doen. Het is dan ook hoog tijd dat we het taboe daarover eindelijk eens ontmantelen en dat we een gesprek aangaan over de kern van de Belgische loonvorming. De grootste twee pijnpunten zijn de toren hoge Belgische sociale lasten en de automatische koppeling van de lonen aan de prijzen. Samen vormen die niet langer een garantie voor de sociale zekerheid en de koopkracht, maar zijn ze de grootste vijand van onze welvaartsstaat geworden.
Nergens in Europa en allicht nergens in de wereld is het gemiddelde verschil tussen bruto- en nettoloon zo hoog als in België. Die hoge sociale lasten dragen rechtstreeks bij tot een lagere tewerkstelling in België en ondergraven daardoor de sociale zekerheid die ze geacht worden te financieren. Meer tewerkstelling is wat we het meeste nodig hebben. Het is onzinnig om precies tewerkstelling zwaarder te belasten dan alle andere landen. Het is een uitzonderlijk dom systeem uit de economische prehistorie.
We moeten dringend de lasten verschuiven van arbeid naar andere zaken zoals milieuvervuiling, vermogensopbrengsten en consumptie. Dat is mogelijk en het is bovendien door een aantal landen al met goed gevolg gerealiseerd. Het zou voor een arbeidsintensief industrieel bedrijf als Caterpillar wel degelijk een belangrijk verschil maken. Aan een verlaging van de sociale lasten hebben arbeidsintensieve bedrijven meer dan aan het hele systeem van de notionele interestaftrek. En het zou voor de economie in haar geheel leiden tot meer tewerkstelling, waardoor de sociale lasten nog verder kunnen dalen en de economie in een positieve spiraal terechtkomt.
Boven op de hoge sociale lasten komt de perverse mechaniek van de automatische koppeling van de lonen aan de prijzen. Niemand met economisch verstand is tegen de vrijwaring van de koopkracht, want consumptie is en blijft het belangrijkste vliegwiel van de economie. Maar onze automatische indexering heeft het perverse gevolg dat we de lonen precies doen stijgen op het moment dat we ons die loonstijging het minste kunnen permitteren. De automatische indexeringen van de jongste vijf jaar hebben de loonkosten voor bedrijven drastisch doen stijgen, terwijl de vraag naar producten voor sommige bedrijven drastisch is gekrompen. En dat leidt tot het overkop gaan van sommige bedrijven en tot de vermindering van de tewerkstelling in andere.
De combinatie van hoge sociale lasten en automatische indexering kost al decennialang vooral de oudere werknemers hun baan in tijden van hoge inflatie en recessie. We hebben zelfs het systeem van brugpensioen geïnstalleerd om dat probleem te verhullen. Maar de tijd van ontkenning is voorbij. De automatische indexering ongewijzigd behouden is economische zelfmoord. Het systeem is een dief van de tewerkstelling geworden. We moeten het aanpassen zodat de koopkracht op lange termijn gevrijwaard wordt zonder dat dat banen kost.