Het woord brugpensioen is misleidend. Als je een brugpensioen ontvangt, dan ben je niet met pensioen. Je bent dan gewoon werkloos en je ontvangt een werkloosheidsuitkering. Daarbovenop komt een aanvullende vergoeding, die in de regel betaald wordt door je laatste werkgever en die minstens de helft bedraagt van het verschil tussen de werkloosheidsuitkering en je uiteindelijke pensioen. Die werkloosheidsuitkering en de aanvullende vergoeding blijf je ontvangen tot je effectieve pensionering, vandaar het naamkaartje ‘brugpensioen’.
Maar de vlag dekt dus de lading helemaal niet. Brugpensioen is gewoon een vorm van werkloosheid die niet als dusdanig in de statistieken opduikt en die financieel gunstiger is dan gewone werkloosheid, omdat de vorige werkgever een stuk bijpast.
Als je er op die manier over nadenkt, is het systeem van brugpensioen een groteske absurditeit. De overheid en de voormalige werkgever spenderen een pak geld, opdat de oudere ontslagen werknemer zeker niet opnieuw zou overwegen om tot de arbeidsmarkt toe te treden. Het systeem is daarom niets meer of minder dan een subsidie voor passiviteit. Het vrijwillige brugpensioen is gelukkig op 1 januari 2012 afgeschaft. Maar brugpensioen is nog steeds mogelijk voor ondernemingen in moeilijkheden en ondernemingen in herstructurering.
Aangezien we momenteel grossieren in moeilijkheden, herstructureringen en recessies zal de netelige kwestie van het brugpensioen dit jaar opnieuw opduiken op de politieke agenda. Gelukkig heeft de regering de juiste beslissing genomen om de minimumleeftijden voor brugpensioen te verhogen tot 55 jaar – nu al voor ondernemingen in moeilijkheden, vanaf 2018 voor ondernemingen in herstructurering. Maar in uitzonderlijke gevallen kan de minister van Werk nog steeds beslissen brugpensioen vanaf 50 jaar toe te staan. De evidente vraag is dan of onze beleidsmakers aan de politieke verleiding zullen kunnen weerstaan om voor Ford Genk en Mittal Steel opnieuw uitzonderingen toe te staan en gul de brugpensioneringen rond te strooien.
Ik hoop dat we dit keer wel aan de verleiding kunnen weerstaan. Ten eerste is het systeem van brugpensioen oneerlijk, omdat sommige werknemers van grotere bedrijven er een beroep op kunnen doen, terwijl de vele duizenden ontslagen oudere werknemers van gewone bedrijven er geen toegang toe hebben. Mensen worden dus niet op gelijke voet behandeld.
Ten tweede werkt het systeem als een subsidie voor passiviteit, terwijl we net de activiteitsgraad en de loopbaanduur moeten opschroeven om de sociale zekerheid betaalbaar te houden. Die bezorgdheid is ook precies de achtergrond voor de recente hervormingen van het systeem. De overheid moet nu dus tonen dat het haar menens is met de hervormingen.
Ten derde moeten ook bedrijven af van de gewoonte om hun oudere werknemers aan de kant te schuiven op kosten van de maatschappij. Er moet integendeel een bedrijfscultuur en een organisatiemodel ontstaan waarin oudere werknemers een zinvolle rol kunnen vervullen en hun ervaring en competenties kunnen blijven gebruiken. Een aantal bedrijven tonen hier al de juiste weg.
En natuurlijk moet er een alternatief zijn voor de oudere werknemers die toch ontslagen worden. Daarom stel ik voor het brugpensioen te vervangen door een systeem van brugbanen. Laat het bedrijf in moeilijkheden of herstructurering zijn aanvullende vergoeding niet uitbetalen aan de oudere werkloze, want zo wordt die gegijzeld in de passiviteit. Laat het bedrijf integendeel die aanvullende vergoedingen uitbetalen aan een banenfonds. Wanneer de oudere werkloze een nieuwe baan vindt, dan betaalt het banenfonds de sociale lasten tot de echte pensionering.
Omdat de loonkosten van oudere werklozen daardoor substantieel dalen, verdwijnt ook hun grootste nadeel op de arbeidsmarkt, terwijl de voordelen van ervaring, competentie en loyaliteit blijven bestaan. Door die lagere loonkosten zullen de bedrijven hun vraag naar arbeid verhogen en hebben die oudere werklozen dus veel meer kans om een nieuwe en degelijk betaalde baan te vinden.
Die ouderen zelf zullen ook meer willen werken, omdat het financiële verschil tussen werken en niet-werken veel groter wordt nu ze de aanvullende vergoeding niet langer krijgen. Bovendien is werken veel beter dan niet werken voor je sociale contacten, je gezondheid en je geluk. Dus ook daar varen de werknemers wel bij. Slechts weinigen staan te juichen als ze aan de kant van de maatschappij geschoven worden.
Voor het bedrijf in moeilijkheden of herstructurering maakt het niet uit of het een bedrag in euro’s uitkeert als aanvullende vergoeding of aan het banenfonds, want de financiële implicaties zijn identiek. De overheid moet geen werkloosheidsvergoedingen meer betalen aan de oudere werklozen die een brugbaan vinden, maar ontvangt integendeel betalingen van het banenfonds voor elke oudere die een brugbaan vindt. Ook de overheid heeft dus duidelijk baat bij brugbanen.
Ten slotte varen wij er allemaal wel bij, omdat op die manier de tewerkstelling zal stijgen, waardoor de kosten van de vergrijzing iets beter hanteerbaar worden en we iets minder hard zullen moeten schrapen om de sociale zekerheid betaalbaar te houden. Doen!