Column

Het energiebeleid kan werken als het gecoördineerd verloopt.

De hamvraag over het energiebeleid is of de regering de gedeeltelijke kernuitstap, de betrouwbare levering, de concurrentie in de productie en de veiligheid met elkaar kan verenigen.

Het energiebeleid moet een aantal moeilijk verzoenbare objectieven toch bij elkaar brengen. Er is een akkoord over een graduele en gedeeltelijke uitstap uit de kernenergie, dat moet gehonoreerd worden. De levering van energie aan bedrijven en gezinnen mag niet in gevaar komen. De concurrentie in de productie van energie moet ernstig op gang komen om energie goedkoper te maken. De veiligheid van de nucleaire centrales moet prioritair blijven. Voor alle duidelijkheid: dat zijn de doelstellingen van de overheid. Ze komen allicht niet helemaal overeen met die van GDF Suez, de Franse moeder van Electrabel.

Je kan natuurlijk over die doelstellingen discussiëren. Is die gedeeltelijke uitstap wel de juiste aanpak? Kunnen we niet gewoon elektriciteit importeren en zo het idee van leveringsdekking laten varen? Is meer concurrentie in de productie van energie wel een goed idee? Zijn de nieuwe nucleaire centrales niet veiliger dan andere productietechnologieën zoals gascentrales, biogasinstallaties of een warmtekrachtkoppeling? Over die doelstellingen is al eindeloos gepalaverd. Een interessantere vraag is of het plan van de regering erin slaagt die doelstellingen op een verdedigbare wijze met elkaar te verenigen: gedeeltelijke uitstap, betrouwbare levering, concurrentie in de productie, veiligheid.

We hebben vier kerncentrales in Doel en drie in Tihange. Samen produceren ze meer dan 50 procent van onze energie. In 2003 werd er beslist dat Doel 1, Doel 2 en Tihange 1, de oudste centrales, zouden dichtgaan vanaf 2015. De andere en nieuwere centrales blijven voorlopig gewoon open en de nucleaire knowhow gaat dus niet verloren. Maar de regering slaagde er in 2003 niet in om een stabiel investeringsklimaat en een perspectief op echte concurrentie te creëren. De sluiting van de kerncentrales bleef onzeker omdat de wet bepaalde dat ze altijd herroepen kon worden. Zo bleven die centrales als een zwaard van Damocles boven de elektriciteitsmarkt hangen. Zou u investeren in een gascentrale als u misschien onverwacht toch moet opboksen tegen een kerncentrale?

Bovendien was het vergunningsbeleid van de overheid slecht gecoördineerd. De investeringen in productiecapaciteit van andere en alternatieve producenten en zelfs van Electrabel vielen daardoor lager uit dan verwacht. Een vrije markt gedijt slechts bij gratie van een goed regulerend kader. De beslissing van 2003 kon niet voldoen aan de doelstelling van betrouwbare leveringen omdat, bij gebrek aan een goed kader, de investeringen werden geremd.

Toen België in 2009 tijdelijk werd geregeerd door de angst en de rustige en vaste hand van Herman Van Rompuy, zag Electrabel zijn kans schoon om een verlenging van de levensduur van de drie betreffende centrales te bekomen tot 2025 en zo de gedeeltelijke uitstap volledig van de kaart te vegen. De motivatie voor die beslissing was de verzekering van de bevoorrading. Maar door de val van de regering werd de beslissing van 2009 nooit bekrachtigd en bleef de onzekerheid bestaan. Het investeringsklimaat werd er door de onzekere verlenging van de levensduur tot 2025 en de blijvende dominantie van Electrabel voor niemand beter op. Zowel in 2003 als in 2009 werd met andere woorden een eenzijdige beslissing genomen.

Over naar de huidige beslissing. De gedeeltelijke uitstap uit de kernenergie wordt bevestigd, maar het leven van één enkele centrale wordt verlengd om een veilige bevoorrading te verzekeren. Tihange 1 heeft een grotere capaciteit en blijkt met minder kosten haar levensduur te kunnen verlengen. Men verlengt dus de leveringszekerheid tegen minimale kosten. Daarnaast wordt een beperkt deel (20%) van de resterende productiecapaciteit ter beschikking gesteld aan andere producenten, iets wat ik al jaren bepleit. Dat betekent dat de kostenstructuur van de andere productiebedrijven drastisch verandert en daardoor echte concurrentie en dus productie-investeringen en lagere prijzen in het vizier komen. Daarbovenop komt een steunmechanisme om investeringen in gascentrales te stimuleren. Het wordt even wachten hoe dat er uit gaat zien, maar het kan werken indien het gecoördineerd verloopt. Een mooi compromis tussen de beloofde uitstap, een verbeterde leveringszekerheid, een verhoogde concurrentie en veiligheid. Het lijkt in dit kader logisch om Electrabel op die 20 procent een normale kostenvergoeding te betalen en de belasting op nucleaire rente proportioneel te verlagen.

Deze beslissing versterkt de winst, noch de marktdominantie van Electrabel, maar betekent ook zeker niet het failliet van het bedrijf. Het is niet meer dan logisch dat Electrabel zich hiertegen verzet. Het heeft het recht winst na te streven en verdient rechtszekerheid. Maar op dezelfde manier heeft de overheid het recht en de plicht om eindelijk duidelijk stelling in te nemen over haar energiebeleid. Het dreigement om ook Tihange I te sluiten klonk daarom zeer hol. Dat Electrabel de burgers en bedrijven chanteert met de suggestie van verminderde leveringszekerheid als het zijn zin niet krijgt en zijn nucleaire rentes en dominantie positie onverminderd mag behouden, is ver over de schreef. We kunnen niet aanvaarden dat een bedrijf een staat in de staat is. C’est inacceptable.